nov 09

Op bezoek bij stadsbeiaardier Roy Kroezen

Roy Kroezen TnEen bekende bewoner van de wijk Diezerpoort is stadsbeiaardier Roy Kroezen. Els Rademaker-Vos heeft een gesprek met hem omdat de beiaardcultuur onlangs op de Nationale Erfgoedlijst is geplaatst, met de bedoeling dat dit ook op de Werelderfgoedlijst komt. Een geweldige onderscheiding en terecht. Want wat is een stad zonder carillon?

De Kampense dichteres Ida Gerhardt beschreef dat al in haar gedicht: Het Carillon. Hierin vertelt ze hoe geroerd ze was toen ze in de Tweede Wereldoorlog in een stad een carillon Nederlandse liederen hoorde spelen.

Wij in Zwolle hebben een bijzonder carillon in de Peperbus. Het is een zogenaamde Taylorbeiaard uit 1930 en aangevuld met twee oude klokken. Eén uit 1741, gegoten in Amsterdam en een klok uit 1484, gegoten door de beroemde klokkengieter Van Wou. Dit Taylorbeiaard is het zwaarste van het Europese continent.

Het is nogal bijzonder, dat de gemeente Zwolle, minden in de crisistijd van de jaren dertig van de vorige eeuw, een dergelijk klokkenspel heeft gekocht. Dat komt omdat de gemeente geld over heeft gehouden van de bouw van de (destijds) nieuwe IJsselbrug Een welbestede aankoop dus. En dan hebben we als Zwollenaren een bijnaam: Zwolse Blauwvingers. Dat zou een gevolg zijn van het feit dat wij aan Kampen in de Middeleeuwen een klokkenspel hebben verkocht. De Kampenaren betaalden ons dat met vierduitstukken. Van het tellen van dat geld kregen we blauwe vingers. Tot zover de geschiedenis en nu de realiteit anno 2014.

Roy Kroezen met zijn werkterrein op de achtergrond

Roy Kroezen met zijn werkterrein op de achtergrond

Sinds april 2005 is onze stadsbeiaardier Roy Kroezen. Maar behalve in Zwolle bespeelt hij ook het carillon in Hoogeveen en Arnhem. Maar of dat nog niet genoeg is, dirigeert hij ook twee koren in Zwolle. Een druk leven want de stukken die Kroezen uitvoert moeten ook nog ingestudeerd worden. En soms ook op muziek gezet speciaal voor de beiaard. Want zoveel originele muziek is er niet. Dat betekent arrangeren en dat kost tijd. Het instuderen van de stukken doet Kroezen thuis op een oefenklavier.

Twee keer per week geeft hij een concert, bijvoorbeeld vrijdagochtend tijdens de vrijdagmarkt. En van tijd tot tijd kunnen mensen verzoeknummers opgeven, die Kroezen dan speelt. Verder zijn er zomerconcerten en onlangs de concerten in het kader van het Beeldbuisfilmfestival. Daarvoor speelde hij een bewerking voor carillon van de Rhapsody in Blue. Het instuderen van een dergelijk werk duurt ongeveer vijf weken.

Roy Kroezen in de Peperbus

Roy Kroezen achter het klavier van het klokkenspel in de Peperbus

Elk kwartier horen we een melodietje, dat regelmatig wordt ververst. Dat zijn elk uur vier dezelfde melodieën. Die set van vier melodieën wordt bewaard in de computer. Daarom hoeft de beiaardier niet elk kwartier de toren hoeft te beklimmen. En als er een viering in de Onze Lieve Vrouwenkerk is (de kerk aan de toren), dan zet de koster met een knop beneden de luiklok in beweging. Je zult dan geen melodie van het carillon horen, die dan stil blijft staan, omdat de computer reageert op de beweging van de luiklok.

Tot slot
De Peperbus is eigendom van de gemeente. Dat is bepaald door koning Lodewijk Napoleon in 1809. Een toren was erg belangrijk voor de overheid. Het was een uitkijkpost en er hing een uurwerk in dat de tijd bepaalde. In een tijd dat er nog geen atoomklokken bestonden was dat essentieel. Roy Kroezen nodigt ons uit om te genieten van de unieke beiaard. En wil je het goed beluisteren dan kan dat in de tuin van het Stedelijk Museum, te bereiken in de Voorstraat.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.diezerpoorter.nl/2014/11/09/op-bezoek-bij-stadsbeiaardier-roy-kroezen/22968/