jun 15

Wandeling door Diezerpoort

Rondleiding tnEen klein groepje mensen heeft zich zondagmiddag om half twee verzameld voor de ingang van winkelcentrum Diezerpoort. In hun midden staat Bernadet van der Veen, duidelijk te herkennen aan haar fel groene jasje. Bernadet is de gids van vandaag en het groepje mensen gaat met haar door Dieze wandelen. “Met als doel,” legt Bernadet uit, “de woonomgeving beter te leren kennen.”

Natuurlijk kent iedereen zijn, of haar eigen woonomgeving prima. Je weet hoe je bij de winkels moet komen en de dokter, tandarts, de school en ga zo maar door. Je kent de gevaarlijke punten en de kortste routes en soms weet je je te herinneren wat er allemaal veranderd is in jouw buurt. Wanneer je met Bernadet gaat wandelen kom je erachter dat je ook een heleboel dingen niet weet.

De jonge gids en oprichtster van ErUit, is ervaren in het geven van stadswandelingen. Ze weet vanaf het begin van de wandeling haar ‘volgers’ te boeien. “Ik had in eerste instantie niet direct een positief beeld,” zegt ze, “maar toen ik me ging verdiepen in de geschiedenis van de wijk dacht ik: Goh, wat interessant. De wijk kent een hele lange geschiedenis en is de enige wijk die langzaam gegroeid is. Geen wijk die er pats boem staat,” voegt ze er lachend aan toe.

Verzamelen bij het winkelcentrum

Verzamelen bij het winkelcentrum

Bernadette laat een kaart zien uit de tijd dat Zwolle ontstaat. Het grootste gedeelte op de kaart is blauw water en op een gele plek, een hoge zandplaat, ontstaat het dorpje Zwolle. Ten noorden ervan ligt de Diezer Enk. Enk betekent hoog gelegen landbouwgrond en Dieze komt van Deize, wat woest en moerassig betekent. De eerste bewoners hebben geregeld natte voeten. In dit Dieze, wat veel groter is dan het huidige Diezerpoort ontstaat in de tiende eeuw de Marke Dieze. De belangrijkste boeren, de Marke boeren, nemen gezamenlijke beslissingen en op De Brink, waar nu de rotonde voor café Stroomberg ligt, wordt recht gesproken.

Rondleiding tramspoor

Later in de tijd ontstaat langs de Zwolse uitvalswegen de Nieuwe Stad. Die uitvalswegen dragen nog altijd de namen van de buurtschappen waaruit kooplieden en boeren vandaan komen wanneer ze in de Nieuwe Stad zaken willen gaan doen. Bernadette wijst in de richting van Stroomberg. “De komst van boeren en kooplui betekent dat er in de nieuwe stad winkels komen en kroegen, maar ook hoefsmeden. In het begin van de zeventiende eeuw ontstaat de paardenmarkt met de prachtpaarden op de Brink en de kneusjes achteraan in de straat. In de Rhijnvis Feithlaan kun je met je paard een proefritje maken. Die straat was nog een zandweg.” Bernadet pakt er een boek bij en laat het kringetje om haar heen afbeeldingen zien van een ver verleden.

Rondleiding Achter de plancken

“De bedrijven die hier komen,” gaat ze verder, “hebben ruimte nodig. Zoals leerlooiers, touwslagers, maar ook blekers die hun linnen laten bleken. De namen van die ambachten zijn terug te vinden in de straatnamen. Elke straatnaam hier heeft een link met de geschiedenis.” Ze wijst nog even op het oude huis ‘Achter de plancken’ waar in de loop der tijd verschillende bedrijven in hebben gezeten. Het begon ooit met een houthandel. “Het huis heet ‘Achter de plancken’, omdat Zwolle in de tijd dat dit huis wordt gebouwd, veel wateroverlast kent. De ondernemers zorgden voor beschoeiing tegen het water en zaten dus letterlijk achter de planken,” aldus de gids.

Bernadet wordt blij van het restje spoorlijn in de bestrating van de Brink.  Behalve de stoomtram naar Dedemsvaart reed hier ook de paarden tram over. Een korte periode, want, zo vertelt de gids: “Die Tram werd de één nul één genoemd. Eén, machinist, één conducteur en nul passagiers. Die tram was eigenlijk meer voor de elite.”

Rondleiding HBS

In de zestiende eeuw is de Bagijneweide nog echt een weide. Het ligt laag en dus is het er nat, maar in de negentiende eeuw komen er voorzieningen naar de Nieuwe Stad, zoals de Hogere Burgerschool (HBS,) een ziekenhuis en een watertoren. In de Bagijneweide komen nu duurdere huizen. “Er ontstaat een scheiding tussen arm en rijk,” vertelt Bernadet. “De rijken wilden de luxe van een huis met een tuin. Daarom zijn de elite buurten altijd groener.”

Leerlooierswegje

Leerlooierswegje

Wijnhandelaar Van Laer bouwt een enorme villa en wordt voorzitter van de Stichting Binnengasthuizen. Hij stelt zijn tuin beschikbaar voor de bouw van woningen. De plaquette in de gevel herinnert nog altijd aan de wijnhandelaar. Boven de plaquette hangt een bel. “De klepel mist,” wijst de gids. “Vroeger aten de mensen gezamenlijk in de eetzaal en dan werd de etensbel geluid. Nu eet iedereen op zichzelf.”

Rondleiding Van Laer

Op een plattegrond wijst Bernadet de vele molens aan die de wijk kende. Alleen de Passiebloem staat er nog, net buiten onze wijk. De Zaaddragers Huisjes staan echter aan ‘onze’ kant van de Nieuwe Vecht. Hier woonden destijds de werklui die het zaaddragende vlas naar de molen brengen. Uit het zaad wordt olie gemalen. Via het paadje langs de huisjes komt de wandelgroep in de Indische buurt terecht en loopt nietsvermoedend aan een prachtige boom voorbij. Ze worden door de gids wakker geschud. “Hier staat een prachtige tulpenboom.” Bernadet wijst naar boven en er gaat een “Oh!” door groep wanneer iedereen de prachtige bloemen in de boom ziet.

Rondleiding tulpenboom

Bernadet weet veel van bomen en wijst geregeld prachtige exemplaren aan. Ze mist de eikenbomen in de wijk. “Naar verhouding zijn er weinig eiken. Boeren hadden graag eiken, niet alleen om mee te bouwen en te stoken, maar ook voor varkensvoer. Op eiken groeit het beste spek,” lacht ze. “Net als eiken hadden boeren vroeger graag populieren,” gaat ze later verder. “Een boer plantte populieren wanneer er een dochter geboren werd. Hoe rijker de boer, hoe meer bomen. Populieren groeien snel. Wanneer de dochter ging trouwen kreeg ze de bomen mee als bruidsschat. Wanneer een meisje een bos hout voor de deur had, had ze dus geen grote borsten, maar een rijke vader.”

Rondleiding populier

Wanneer Bernadet in de Borneostraat aankomt, vraagt ze de groepsleden wat ze van de straat vinden. “Een beetje saai,” zegt iemand. “Geen groen,” wordt er aan toegevoegd. “Kleine huizen,” zegt een ander. “Dat komt omdat je er met de blik van nu naar kijkt,” zegt Bernadet. “Mensen die destijds vanuit de stad kwamen waar het vies was en vreselijk meurde, vonden het hier geweldig. Voor hun gevoel waren de huizen groot en ze kregen een tuin. De nieuwe bewoners vonden het geweldig. De Indische Buurt was ‘hot’ in die tijd.”

Rondleiding Borneostraat

Na de Indische Buurt neemt de gids het gezelschap mee naar de algemene begraafplaats. “Sommige bomen waren al tachtig jaar oud toen deze plek in 1824 de begraafplaats werd. Vandaar dat er zulke mooie en grote bomen staan.” De voorliefde die de gids heeft voor monumentale en bijzondere bomen deelt ze met de groep. Zoals de Ginko Biloba, de Japanse notenboom. Een boom die eerst als naaldboom werd gezien. Berber laat de achterkant van het blad zien, dat inderdaad uit een verzameling naalden lijkt te bestaan. “Deze Ginko is de enige boom die na de verwoesting van Hiroshima door de atoombom, weer tot leven kwam. Daarna is deze boom ook direct heilig verklaard.”

Rondleiding naaldblad

Op de oude grafzerken is hier en daar ook oude symboliek te vinden. Bijvoorbeeld de treurwilg. Een boom die een tranenstroom voorstelt. Een enorm levend exemplaar hangt de beschermende takken rondom de wandelaars. Iedereen is even stil.

Rondleiding treurboom

Vanonder de treurboom vertrekt het gezelschap naar de paardenkastanjes in de Bollebieste. “De groenstrook in de Kastanjestraat is het eerste stuk openbaar groen in Zwolle,” vertelt Bernadet. “De tuindorpen zoals de Indische Buurt waren het helemaal, maar in 1930 kreeg men meer oog voor de aankleding. De Indische Buurt was ‘hot’, maar hier werd het NOG beter. Weten jullie trouwens waarom boeren graag een kastanje op het erf hebben staan?” Met deze vraag brengt ze de groep dichter bij de kastanjes. “Een kastanje is een heksenboom. Een heks verandert vaak in een uil. Uilen vinden het fijn om in kastanjes te zitten. Wanneer een boer een kastanje naast zijn boerderij plant, weet hij dat de heks in de kastanje gaat zitten en hem thuis niet lastig zal vallen.”

Rondleiding kastanje

Via de Populierenstraat brengt Bernadet het gezelschap terug naar het winkelcentrum, met een kleine omweg. “Ik laat jullie even de Warmoesstraat zien. Hier in dit stuk van de nieuwe stad is weinig bebouwing overgebleven. Er was spraken van verkrotting, dus dat is opgeruimd.  Het oude stratenpatroon is wel in tact gebleven. Daarom zijn er zoveel bochtige straten.” Bernadet wijst op het bochtje in de Warmoesstraat en legt ook nog uit dat ‘warmoes’ een groentesoort is en verwijst naar het akkerbouwgebied dat hier ooit lag.

Oorspronkelijke vorm van de Warmoesstraat is gebleven

Oorspronkelijke vorm van de Warmoesstraat is gebleven

“Van groene akkers en weilanden veranderde Dieze langzaam in een stad. Alle facetten van dat proces zijn nog terug te vinden. Ik kom zelf niet uit Dieze, maar ben er evengoed trots op.” Daarmee neemt deze enthousiaste gids afscheid van het groepje mensen dat twee uur aan haar lippen hing. Deelname aan de rondleiding kostte vijf euro en hiervoor kregen de deelnemers bergen informatie voor terug.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.diezerpoorter.nl/2015/06/15/wandeling-door-diezerpoort/25408/